De spinhengel: waarvoor gebruik je hem en wat is het ideale werpgewicht?
De spinhengel is waarschijnlijk een van de meest veelzijdige hengels binnen de kunstaasvisserij. Maar waarvoor gebruik je een spinhengel nu precies? Wat bedoelen we eigenlijk met spinning? En als er bijvoorbeeld 10–40 gram op een hengel staat, betekent dat dan dat 40 gram ook het gewicht is waarmee die hengel het beste werpt?
Dat laatste is een interessante vraag, want een opgegeven werpgewicht is een bereik, geen garantie dat ieder gewicht binnen dat bereik exact hetzelfde aanvoelt.
Wat is spinning?
Spinning is in de basis actief vissen met kunstaas. Je werpt het kunstaas uit, vist het terug en herhaalt dat proces steeds opnieuw. Daarbij kun je denken aan spinners, lepels, pluggen, softbaits en allerlei andere soorten kunstaas. Daiwa noemt bijvoorbeeld softplastics, pluggen, lepels en spinners als toepassingen voor allround spinhengels.
Daarmee verschilt een spinhengel bijvoorbeeld van een gespecialiseerde dropshothengel, waarbij je veel meer vanuit één montage en een specifieke presentatie redeneert.
Een spinhengel moet vooral kunnen werpen, kunstaas controleren, aanbeten doorgeven, aanslaan en vervolgens voldoende controle bieden tijdens de dril. Dat verklaart ook waarom fabrikanten bij moderne spinhengels zoeken naar een combinatie van kracht in het onderste gedeelte en snelheid en gevoeligheid richting de top. Shimano beschrijft die combinatie bijvoorbeeld als kracht in het onderste gedeelte voor werpen en viscontrole, met snelheid in de top voor snel aanslaan en gevoeligheid.
Een spinhengel heeft vaak een behoorlijk breed werpbereik
Bij spinhengels zie je regelmatig bereiken zoals:
3–15 gram
5–20 gram
7–28 gram
10–30 gram
10–40 gram
15–50 gram
Dat werpgewicht geeft aan voor welke gewichten kunstaas de hengel ontworpen is. Daiwa omschrijft casting weight eveneens als het gewichtsbereik van het kunstaas waarvoor een hengel bedoeld is.
Een hengel van 10–40 gram is dus gebouwd om binnen een behoorlijk breed gedeelte van dat bereik te kunnen functioneren.
Maar daar ontstaat meteen een volgende vraag.
Wat is dan het ultieme werpgewicht?
Staat er 10–40 gram op een hengel, dan betekent dat niet automatisch dat 10 gram, 25 gram en 40 gram allemaal precies even prettig werpen.
Er bestaat binnen zo'n bereik vaak een gebied waarin de blank voor jouw manier van werpen bijzonder prettig laadt. In dat gebied voel je tijdens de worp dat de hengel het gewicht mooi meeneemt en zijn opgebouwde energie gecontroleerd weer afgeeft.
Dat zou je het ideale werkgebied of de sweet spot van de hengel kunnen noemen.
Maar daar kun je niet simpelweg een rekensom van maken.
Bij 10–40 gram is het midden bijvoorbeeld 25 gram. Dat betekent niet automatisch dat 25 gram het perfecte werpgewicht van iedere 10–40-grams hengel is.
De constructie van de blank, de lengte, taper, power en actie spelen allemaal mee. Shimano maakt bijvoorbeeld expliciet onderscheid tussen power — hoeveel kracht nodig is om de blank te belasten — en action, die beschrijft hoe en waar de hengel onder belasting reageert.
En het kunstaas zelf telt ook mee
Twintig gram is bovendien niet altijd gewoon twintig gram.
Een compacte metalen lepel van 20 gram belast een hengel tijdens het werpen anders dan een grote plug van hetzelfde gewicht. En tijdens het binnenvissen kan het verschil nog groter worden.
Een plug met een forse schoep kan veel waterweerstand veroorzaken. Een slanke softbait van hetzelfde gewicht kan aanzienlijk minder weerstand geven. Bij sommige technieken moet daarom niet alleen naar het statische gewicht worden gekeken, maar ook naar wat het kunstaas tijdens het vissen met de hengel doet.
Het gewicht op de verpakking vertelt maar een deel van het verhaal. Minstens zo belangrijk is hoe hengel, molen en kunstaas samen in balans zijn.
Waarom hebben spinhengels zo'n breed bereik?
Dat hoort gedeeltelijk bij hun functie.
Met één spinhengel wil je vaak meerdere soorten kunstaas kunnen gebruiken. 's Ochtends misschien een lichte softbait, later een plug en vervolgens een wat zwaardere spinner of lepel.
Een goede allround spinhengel moet daarom niet slechts met één exact gewicht functioneren. Hij moet binnen een bepaald bereik bruikbaar blijven.
Dat brede bereik betekent echter niet dat de hengel overal binnen dat bereik hetzelfde karakter heeft.
Aan de onderzijde van het werpbereik zal de blank tijdens de worp meestal minder diep laden. Ga je richting het zwaardere gedeelte, dan wordt steeds meer van het vermogen van de blank aangesproken.
Daar ergens tussenin bevindt zich voor veel vissers het gebied waarin de hengel het prettigst werpt.
Werpgewicht is vermogen, actie is karakter
Daar komen we opnieuw bij het onderscheid dat bij vrijwel iedere hengel belangrijk is.
Het werpgewicht vertelt iets over het vermogen en het ontworpen werkgebied van de blank. De actie vertelt hoe de hengel dat vermogen aan de visser doorgeeft.
Twee spinhengels kunnen daarom allebei 10–40 gram op de blank hebben staan en toch totaal verschillend vissen.
De ene kan een zeer snelle, strakke top hebben en iedere beweging onmiddellijk doorgeven. De andere kan onder belasting geleidelijk verder doorbuigen en daardoor tijdens het werpen en drillen veel progressiever aanvoelen.
De getallen zijn hetzelfde.
De hengels niet.
Welke spinhengel heb je dan nodig?
Daarvoor moet je eigenlijk eerst een andere vraag beantwoorden:
Waarmee ga je het meeste vissen?
Wanneer vrijwel al je kunstaas tussen 8 en 15 gram zit, is het weinig logisch om uitsluitend vanwege het hogere maximale werpgewicht een hengel van 10–40 gram te kiezen. Een lichtere hengel waarvan jouw meest gebruikte kunstaas mooi binnen het werkgebied valt, kan dan veel prettiger en gevoeliger vissen.
Vis je juist regelmatig met kunstaas van 25 tot 35 gram, dan heb je meer aan de extra vermogensreserve van een zwaardere blank.
Daarom is het maximale werpgewicht niet automatisch het belangrijkste getal.
Veel interessanter is:
Waar ligt het gewicht van het kunstaas waarmee jij werkelijk het grootste deel van de tijd vist?
Kies vervolgens een hengel waarbij dat gewicht comfortabel binnen het opgegeven bereik ligt, in plaats van voortdurend tegen de uiterste onder- of bovengrens te vissen.
Het ultieme werpgewicht bestaat dus niet als vast getal
Er is geen universele formule waarmee je kunt zeggen dat een hengel van 10–40 gram optimaal is bij precies 25 gram.
Er bestaat wel een optimaal werkgebied, maar waar dat precies ligt wordt bepaald door de constructie van de hengel, het gebruikte kunstaas, de manier van werpen en uiteindelijk ook door de voorkeur van de visser.
En daarmee komen we weer uit bij hetzelfde principe:
Specificaties kun je meten; gevoel tijdens het vissen niet.
Het werpgewicht vertelt je waar je moet beginnen met zoeken. De actie, de bouw van de blank en uiteindelijk de ervaring aan het water bepalen of die spinhengel ook werkelijk bij jou past.